Fondskosten (TER): waarom 1% per jaar je een vermogen kost
De lopende kosten van een fonds lijken klein, maar over dertig jaar eten ze tienduizenden euro's op. Zo bereken je wat een goedkoper indexfonds oplevert.
Bij beleggen kijken de meeste mensen naar het rendement en vergeten ze het ene getal dat ze wél kunnen controleren: de kosten. Elk fonds rekent jaarlijks een percentage voor het beheer, de zogenoemde TER (Total Expense Ratio). Het lijkt een rounding error, maar dat is het allerminst.
Waarom een klein percentage groot uitpakt
Kosten werken via dezelfde rente-op-rente-wiskunde als je rendement, alleen dan de verkeerde kant op. Elke euro die naar kosten gaat, kan nooit meer voor je renderen — en mist dus al die jaren aan groei daarna. Daarom is het verschil tussen 0,2% en 1,2% per jaar niet “een procentje”, maar over een beleggershorizon zomaar een vijfde tot een kwart van je eindvermogen.
Rekenvoorbeeld
Stel je belegt €200 per maand, 30 jaar lang, tegen 7% bruto rendement:
- Bij een goedkoop indexfonds (0,2% TER) eindig je rond de €235.000.
- Bij een duurder fonds (1,2% TER) blijft daar ongeveer €198.000 van over.
Eén procent verschil per jaar kost je hier dus grofweg €37.000— geld dat je niet aan rendement verloor, maar aan kosten. Reken jouw situatie door in de fondskosten-calculator.
Waar let je op?
- TER. Brede indexfondsen en ETF's zitten vaak onder de 0,3%. Actief beheerde fondsen rekenen al snel 1% of meer.
- Transactiekosten en spreads. Vooral relevant als je vaak handelt; voor een buy-and-hold-belegger minder.
- Servicekosten van je broker. Soms een vast bedrag, soms een percentage — vergelijk dit los van de fondskosten.
De boodschap is simpel: rendement kun je niet sturen, kosten wel. En lage kosten zijn een van de weinige “gratis” verbeteringen aan je FIRE-datum die er bestaan.